Repertoire


Blauwbaard



Doelpubliek

Volwassenen

Samenvatting

Alhoewel “Blauwbaard” van oorsprong een Duitse sage zou zijn, komt het verhaal voor het eerst voor in “Les Histoires et contes du temps passé avec les moralités” van de Fransman Charles PERRAULT. Reeds hier zijn de twee hoofdmotieven duidelijk te onderkennen. Enerzijds de sadistische vrouwenmoordenaar (noteer de opvallende gelijkenis met de middelnederlandse ballade van “Heer Halewijn”) en anderzijds de vrouwelijke nieuwsgierigheid (zie ook “Lohengrin” en “de doos van Pandora”).

De naam “Blauwbaard” zou voortvloeien uit een verkeerde vertaling en oorspronkelijk “Blondbaard” geweest zijn. Het verhaal is steeds een geliefde bron van inspiratie geweest, niet alleen in de opera (Gréty, 1789 ; Béla Bartok 1911, Reznicek 1918), ook in operette (Offenbach, 1866) maar ook in film en niet in het minst voor het traditioneel Gents poppenspel. Dat is eigenlijk niet te verwonderen. De oude Gentse poppentheaters schenen allemaal de voorkeur te geven aan dergelijke “hartverscheurende” drama’s. “Blauwbaard” was trouwens één van de belangrijkste repertoirestukken van het overbekende “Spelleke van de Muide”, dat dit stuk reeds in 1925 op het repertoire had en er in 1933 zelfs de eerste prijs mee won op het eerste Landjuweel voor Poppenspelen. De dramatische inhoud werd echter bij het “Spelleke van de Muide” ten dele doorbroken door tussenkomst van het Gentse Pierke, die tussen alle leed en tranen door voor de komische noot zorgde.

De versie die poppentheater PEDROLINO voor het voetlicht brengt is weliswaar, zeker wat de ernstige gedeeltes betreft, nog steeds gebaseerd op de tekst zoals deze door Oscar Vervaecke werd neergepend voor het “Spelleke van de Muide”, doch hier en daar bleken aanpassingen en vooral actualiseringen onontbeerlijk. Evenwel wordt de geest van de folklore steeds gerespecteerd, tot en met de finale waarin Pierke het volks “Blauwbaardlied” aanheft:

Mee al zijn geld, mee al zijn geld
Mee al zijn geld en goed
En dat hij stirven moet!

Van deze productie bestaan twee versies : één uitsluitend voor volwassenen, één voor kinderen vanaf (ten vroegste) tien jaar. Het stuk is absoluut niet geschikt voor jongere kinderen.

Om een lang verhaal kort te maken …

Reeds vele jaren leeft de verarmde markies Don Perignon samen met zijn twee dochters, de lieve Henriette en de “minder lieve” Anna op een oud, vervallen kasteel. Zijn twee zonen, Adelbrecht en Goswin, zijn zelden thuis en strijden aan het front tegen vreemde invallers.

Wanneer de markies op zekere dag een brief krijgt van een zekere koning Blauwbaard die hem vraagt om de hand van zijn jongste dochter, ziet de markies zijn kans schoon om er financieel terug bovenop te komen. Henriette is minder enthousiast als zij van het huwelijksaanzoek hoort, Blauwbaard is immers niet bepaald een Adonis en in het verleden is hij reeds zes maal getrouwd geweest, waarbij zijn vorige echtgenotes telkens in geheimzinnige omstandigheden gestorven zijn, maar uiteindelijk laat zij zich door haar vader ompraten en geeft zij haar jawoord.

Eens op het paleis van Blauwbaard krijgt Henriette een enig geschenk : zes kamers, die de prachtigste schatten bevatten. Alleen … in de zevende kamer mag zij van Blauwbaard niet binnen. Wanneer Blauwbaard vervolgens op reis moet kan Henriette haar nieuwsgierigheid niet langer bedwingen, opent de verboden deur en ontdekt zo het vreselijke geheim van Blauwbaard…




UW REACTIE